UPPWATER herkent zich in de strategische richting van het rapport van Peter Wennink en is positief over de gekozen focus op hoogwaardige technologische niches. Watertechnologie komt in het rapport aan bod, maar vaak impliciet. Dat past bij het karakter van watertech als enabling technology: zij vormt de basis onder energie- en klimaattechnologie, circulariteit en life sciences, aldus Heleen Sombekke, programmadirecteur van UPPWATER.
Nederland dreigt in een tijd van geopolitieke spanningen, technologische versnelling en toenemende druk op publieke voorzieningen structureel achterop te raken. Alleen door gericht en tijdig te investeren kunnen fundamentele publieke voorzieningen betaalbaar blijven en kan welvaart voor toekomstige generaties worden veiliggesteld.
Dat concludeert Peter Wennink, voormalig topman ASML, in zijn advies ‘De route naar toekomstige welvaart – een sterk Nederland in een relevant Europa’.
Het rapport werd op 12 december aangeboden aan minister-president Schoof en minister Karremans van Economische Zaken en is een vertaling van het rapport Draghi naar de Nederlandse context.
Voorbeelden
Het rapport Wennink bevat meerdere concrete voorstellen die direct raken aan watertechnologie, waaronder de projectvoorstellen WaterVal (Watertechnologie Valorisatieprogramma) en PFAS-verwijdering. Samen vertegenwoordigen zij ongeveer één miljard euro aan investeringen.
WaterVal bundelt zeven flagshipprojecten en drie ondersteunende lijnen (een fonds, mkb-support en kennisontwikkeling) met als doel de Nederlandse watertechnologiesector structureel te versterken. Via deze flagshipprojecten worden belemmeringen voor de marktdoorbraak van doorbraakinnovaties in de watertechnologie weggenomen.
WaterVal
Water Alliance en Wetsus, beide consortiumpartner van UPPWATER, hebben samen met een aantal watertechbedrijven bijgedragen aan het WaterVal-voorstel. Volgens Hein Molenkamp, directeur Water Alliance, helpt WaterVal Nederland bij het realiseren van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water, beperkt het de risico’s van droogte en watertekorten en versnelt het de transitie naar een circulaire waterketen waarin energie en grondstoffen worden teruggewonnen. “Daarmee voorkomen we dat water de volgende ‘stikstofcrisis’ wordt die onze economie blokkeert. Tegelijkertijd demonstreren we doorbraaktechnologie die vervolgens wereldwijd kan worden vermarkt,” aldus Molenkamp.
PFAS-verwijdering
Het voorstel voor PFAS-verwijdering richt zich op het demonstreren, ontwikkelen en realiseren van elektronenbestraling voor grootschalige verwijdering van PFAS uit water. Het project omvat fundamenteel onderzoek, productie én implementatie, zowel voor industriële toepassingen als voor (drink)waterzuiveringsomgevingen. De techniek is bovendien breder toepasbaar: ook andere verontreinigingen, zoals pesticiden en medicijnresten, kunnen ermee worden afgebroken in uiteenlopende reststromen.
Explicietere positionering
Veel projecten die in het rapport worden geschaard onder biobased en circulaire economie, zijn in essentie watertechnologisch van aard. Tegelijkertijd zou een explicietere positionering van watertech als strategische sector helpen, met meer aandacht voor thema’s als watercongestie, talentontwikkeling en Europese beleidsafstemming. Het rapport biedt hiervoor een solide vertrekpunt, stelt UPPWATER, het begin 2025 gestarte tienjarige groeifondsproject.
Belemmeringen
UPPWATER herkent de in het rapport geschetste knelpunten rond regelgeving, vergunningverlening en infrastructuur. Voor watertechnologie ligt de grootste belemmering in de fase tussen pilot en marktintroductie: het opstarten van circulaire markten en de financiering van demo’s en scale-ups.
Vergunningstrajecten kosten veel tijd en energie, vooral bij innovatieve toepassingen zoals waterhergebruik en decentrale zuivering, waar normen ontbreken en decentrale overheden elkaar soms blokkeren. Beleidsprioriteit zou moeten liggen bij snellere en beter geharmoniseerde vergunningverlening, meer experimenteerruimte via sandbox-benaderingen en betere toegang tot risicodragend kapitaal. UPPWATER speelt hierin een actieve rol door opschaling en demonstratie mogelijk te maken.
Strategische autonomie
Volgens UPPWATER is Nederland, in tegenstelling tot veel andere sectoren, in watertechnologie een netto exporteur van kennis en technologie. Nederlandse oplossingen worden wereldwijd toegepast en dragen bij aan strategische autonomie én economische groei. Die positie is echter niet vanzelfsprekend, gezien toenemende internationale concurrentie en kostendruk.
Watertech-ecosysteem
De kracht van Nederland ligt in het sterke watertech-ecosysteem: nauwe samenwerking tussen overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven, met eindgebruikers, zoals waterschappen, drinkwaterbedrijven en industriële waterverbruikers. UPPWATER versterkt dit ecosysteem door te investeren in onderzoek en innovatie, opschaling, toptalent en internationale zichtbaarheid.
Om die reden verwacht UPPWATER dat de geschetste koers in het Wennink-rapport ook in het nieuwe industrie- en innovatiebeleid van de rijksoverheid meegenomen zal worden. Daarnaast is het noodzakelijk om in te zetten op productiviteitsgroei via digitalisering en industrialisatie, zodat de sector haar koploperspositie kan behouden en verder kan uitbouwen.
Het rapport Wennink benoemt de risico’s rond de Kaderrichtlijn Water vooral in het licht van beperkte vergunningverlening, vergelijkbaar met de stikstofproblematiek. De watertechsector ziet daarnaast watercongestie, met name waterschaarste, als een groeiende bedreiging voor mens, natuur én economische ontwikkeling.
Meer weten? Download hier de bijlage met projectvoorstellen.
Dit bericht was ook te lezen op Waterforum op 16 december 2025